(Persoonlijke) Hygiëne

Rust, Reinheid en Regelmaat versus Scharrel kinderen

In 1992 maakte ik voor Videcom mijn afstudeerfilm bij gezinsvervangend tehuis ‘De Vlashof’ in Tilburg. De titel van de documentaire was ‘Nog geen Engeltje voor in de Hemel’. Het was een even treffende als rauwe quote van de moeder van Léon.

Léon was een van de bewoners van ‘De Vlashof’; hij werd op jonge leeftijd aangereden door een automobilist en hield daar onder meer levenslange hersenschade aan over.

In die tijd ademde de zorg nog een zekere vrijheid. Veel bewoners van De Vlashof werkten overdag op de nabijgelegen kinderboerderij ‘Het Echowaaike’. Daar was het leven aards en tastbaar. Lekker met je blote handen in de modder wroeten, de beesten voeren, ze aaien en de stallen uitmesten. Het was zorg dragen in de puurste zin van het woord, waarbij de grens tussen mens en dier simpelweg bestond uit degene die de voerbak vasthield en degene die eruit at.

Een flinke sprong in de tijd. Momenteel ben ik gedetacheerd bij zorgcentrum ‘De Zilverlinde’ in Vught. Ook hier is aandacht voor de omgeving en ook hier zijn dieren. Maar het zogenaamde ‘voortschrijdend inzicht’ van de afgelopen decennia laat zich hier toch op een wat weemoedige manier voelen. De dieren in Vught zijn namelijk strikt gescheiden van de bewoners. Waar vroeger de modder onder de vingernagels zat, bepalen nu hekken het landschap.

Het contrast kan haast niet groter. De pendule van de zorg lijkt volledig te zijn doorgeslagen. We hebben het leven steriel gemaakt. We kijken er nog wel naar, maar we raken het niet meer aan.

Fotoalbum ‘Artist in Residence’

Beknopte theoretische uiteenzetting: Van ‘Reinheid’ naar ‘Scharrelen’

De observatie vanuit de praktijk hierboven illustreert een bredere maatschappelijke ontwikkeling in de zorg en opvoeding. Het historische adagium ‘Rust, Reinheid en Regelmaat’ (RRR) – begin 20e eeuw geïntroduceerd om infectieziekten terug te dringen – is in veel moderne instellingen doorgeëvolueerd naar een cultuur van risicomijding, extreme hygiëne en protocollen. Fysiek contact met dieren en aarde wordt vaak gezien als een risico (besmettingsgevaar, zoönosen of fysiek letsel), met hekken en afscheidingen als gevolg.

Wetenschappelijk gezien staat deze ‘hyper-cleane’ benadering echter steeds meer ter discussie, met name door de opkomst van het ‘Scharrel-principe’ en de Hygiëne-hypothese:

1. De Hygiëne-hypothese en het Microbioom Wetenschappers waarschuwen dat we té schoon zijn geworden. Door onszelf en kwetsbare groepen strikt af te schermen van alledaagse bacteriën in modder en op dieren, verzwakt ons immuunsysteem. Blootstelling aan deze natuurlijke organismen (de zogenaamde Old Friends-hypothese) traint de afweer en vermindert de kans op allergieën en auto-immuunreacties. Bovendien blijkt uit recent onderzoek dat contact met bepaalde bodembacteriën (zoals Mycobacterium vaccae) de aanmaak van serotonine stimuleert en zo depressieve gevoelens tegengaat.

2. De Biofilia-hypothese De bioloog E.O. Wilson stelt in zijn Biofilia-hypothese dat mensen een aangeboren behoefte hebben om zich te verbinden met de natuur en andere levende systemen. Passief kijken naar een dier achter een hek activeert niet dezelfde kalmerende en therapeutische effecten als het daadwerkelijk voeren, aaien en verzorgen van een dier (zoals vroeger bij ‘Het Echowaaike’ gebeurde). Aanraking verlaagt de hartslag en bloeddruk, en vermindert stresshormonen.

Conclusie: Waar het moderne ‘voortschrijdend inzicht’ focust op het uitsluiten van elk fysiek risico door middel van absolute ‘Reinheid’ en scheiding, toont de wetenschap juist aan dat een zekere mate van ‘vuiligheid’ – het scharrelen – essentieel is voor zowel onze fysieke weerstand als ons mentale welzijn.

Belangrijkste Bronnen:

  • Strachan, D.P. (1989). Hay fever, hygiene, and household size. (De grondlegger van de Hygiëne-hypothese).
  • Gilbert, J., & Knight, R. (2017). Dirt Is Good: The Advantage of Germs for Your Child’s Developing Immune System. (Over het belang van bacteriën, aarde en dieren voor het immuunsysteem).
  • Wilson, E.O. (1984). Biophilia. (Over de noodzaak van fysiek en direct contact tussen mens en natuur voor het psychologisch welzijn).
  • Lowry, C.A. et al. (2007). Identification of an immune-responsive mesolimbocortical serotonergic system. (Onderzoek naar hoe modderbacteriën als antidepressivum werken).

Update 30 juli

Een lezeres van deze blog attendeerde me op dit artikel dat onlangs in de Libelle stond en gerelateerd is aan bovenstaand bericht.

Geef een reactie